Het Leen en de omliggende bossen hebben een rijke geschiedenis die teruggaat tot de prehistorie. Wat ooit een boomloze vlakte was, ontwikkelde zich na de laatste ijstijd tot een gevarieerd bosgebied. In de Middeleeuwen vormden Het Leen en de Lembeekse Bossen één groot woud. Het gebied werd later gebruikt voor militaire doeleinden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Pas in 1973 werd het overgedragen aan de provincie Oost-Vlaanderen en omgevormd tot een beschermd natuurgebied. Maar dit ging niet zonder slag of stoot en het kon ook helemaal anders gelopen zijn…
Ter gelegenheid van de 50ste verjaardag (2023) van dit ‘Provinciaal Domein Het Leen’, op de grens tussen Eeklo en Waarschoot, bracht Natuurpunt het boeiende verhaal vanaf de omvorming van militair domein tot het huidig uitgestrekt natuurgebied van meer dan 285 hectare en liefst 36 kilometer aan wandelroutes. Een unieke bestemming voor natuurliefhebbers en wandelaars.
Hierna een kleine reconstructie van David tegen Goliath. Of de bevolking tegen de overheid.
Het leger trekt zich terug
Het Leen werd vanaf 1938 gebruikt als munitiedepot voor het leger. Het terrein was rondom perfect omheind met hoge prikkeldraad onder spanning en permanent beveiligd door aanwezige militairen. Er liep ook een spoorlijn van het Eeklose station naar het domein voor aanvoer van munitie. Bekende opzichter was daar destijds adjudant De Bruycker, grootvader van Michiel Steenbeke (Keukens Adrem).
In de lente van 1967 sijpelden de eerste geruchten binnen dat het munitiedepot in Eeklo zou worden ontruimd en overgebracht worden naar Tielen in Limburg. Reeds in juni 1967 nam het Eeklose stadbestuur daarom contact met het Ministerie van Landsverdediging, die verzekerde dat het stadsbestuur zeker op de hoogte zou worden gehouden en inspraak zou krijgen in de toekomst van Het Leen.
Toen het Belgisch leger in 1969 definitief besliste het munitiedepot te verlaten, werd het proces van de herbestemming van het immense domein in gang gezet. Het eerste idee van het leger was om het domein te laten verkavelen en er een soort woonpark van te maken.
Dit stuitte onmiddellijk op de ‘Eeklose Vereniging voor Vreemdelingenverkeer’, kortweg VVV Eeklo, die in actie schoot. De VVV was van oordeel dat het domein niet verkaveld mocht worden voor particuliere belangen, maar in zijn geheel moest worden gevrijwaard en opengesteld voor het publiek onder de vorm van een recreatiedomein. Er werd een dossier samengesteld met de veelvuldige toeristische mogelijkheden van het ‘natuurreservaat’. Reactie van de minister van landsverdediging: “Het Leen blijft groenzone”, waaruit hopelijk mocht worden geconcludeerd: het zal niet worden verkaveld ?
Beslissende zomer
Vanaf augustus 1969 was er heel wat commotie en activiteit rond de toekomst van Het Leen. De gemeentebesturen van Eeklo, Waarschoot en Oostwinkel (tenslotte lag het domein op deze drie toenmalige gemeentes) bereikten een principieel akkoord om te ijveren voor Het Leen als recreatiezone. Daarnaast keurde de Eeklose gemeenteraad in een speciale zitting op 22 augustus 1969 unaniem een motie goed voor de onmiddellijke openstelling voor het publiek. Enkele dagen later kondigde de militaire overheid het afscheid van het munitiedepot aan en verlieten de laatste militairen het domein.
De stad Eeklo, vooral onder impuls van toenmalig burgemeester Alfons Coppieters, liet er geen gras over groeien en liet in een universitaire voorstudie de mogelijkheden voor de recreatieve uitbouw van Het Leen verkennen. Maar wie het domein zou verwerven en beheren en wat de eindbestemming zou moeten zijn, bleef onduidelijk.
SOS Het Leen
Tientallen verenigingen begonnen zich te beraden over een mogelijke toekomst van het domein. De meesten sloten zich aan bij de opgeworpen ideeën, maar sommigen zagen het ook anders. Zo wilden De Witte Spreeuwen, behorende tot de Federatie der Belgische Vogelvangers en Vogelliefhebbers in Het Leen een ‘vogelreservaat’ inrichten met nestkasten, kweekvolières, voeder- en drinkplaatsen voor wilde vogels en een afgesloten reservaat voor een ornithologische werking.
De Katholieke Vereniging voor Gehandicapten integendeel zag in de gebouwen van Het Leen dan weer een ideale locatie voor een beschutte werkplaats en tehuizen.
Er moest duidelijk iets gebeuren om Het Leen te vrijwaren voor het publiek. Een ‘jeugdwerkgroep’ lanceerde onder het motto ‘SOS Het Leen’, een petitie gericht aan de provinciegouverneur om het militair domein terug ter beschikking van de bevolking te stellen. Men verzamelde hiervoor 18.000 handtekeningen (!) , deels dankzij een tocht van deur tot deur en de samenwerking met andere groeperingen in de omstreken.
Eerste klas toeristenstad
In december 1969 lanceerde de VVV, onder de titel ‘Dossier Het Leen’ hun uitgebreide plannen voor de – vooral actieve – uitbouw van Het Leen: parkings voor 700 wagens, hengelen in de vijvers en roeien in drie vijvers met plaatsing van een aanlegsteiger. Dat was niet alles: men zag ook mogelijkheden voor ruitersport, een camping, een voetbalveld, basket- en volleybalplein, een speelplein voor kinderen met onder andere een indianendorp en kinderboerderij, een water- en zandspeeltuin, een fantasiespeeltuin met een heus kasteel, slotgracht en ophaalbrug, een sporthal voor alle mogelijke binnenspelen, een open zwembad en een audiovisueel centrum voor volksontwikkeling. En ook dit lijstje was nog niet ten einde: men zag ook nog ruimte voor 30 weekendhuisjes (elk voor drie gezinnen), een jeugdcentrum (waaronder een bosschool) en een jeugdherberg. Voor de financiering werd gedacht aan het oprichten van een intercommunale. De ambitieuze, maar weinig realistische VVV eindigde haar oproep met: “Eeklonaren, als ’t lukt, dan wordt Eeklo een toeristenstad van eerste rangorde !”
In de daaropvolgende maanden werden zelfs teach-in’s georganiseerd op het stadhuis van Eeklo: een vergadervorm waarbij iedere aanwezige vrij is om de spreker te onderbreken. Sommige vergaderingen liepen echter danig uit de hand, ook omwille van kritiek vanuit Maldegem, die de dominante rol van Eeklo in dit dossier aan de kaak stelde met bitsige opmerkingen en uitingen van onderlinge naijver.
Overdracht aan de provincie
En dan werd het maandenlang stil. Aan de VVV werd gevraagd om alle ‘tamtam’ achterwege te laten en geen publiciteit meer te maken, om de moeizame onderhandelingen van de provincie Oost-Vlaanderen met het comité van aankoop en de verschillende ministeries (voor subsidies) mogelijk te maken. Daaruit volgde dat in februari 1972 het beheer van het domein overgedragen werd aan de provincie. Defensie gaf de sleutels af tijdens een officiële overhandiging, ook al was de verkoop dan nog niet formeel in orde, onder andere wegens nog discussie over de prijs.
De verkoop werd pas gefinaliseerd begin 1973, maar ondertussen werd het domein wel al opengesteld voor het publiek. De tijd was rijp voor een groots natuurdomein in het Meetjesland. Restte nog een zoektocht naar middelen om dit te realiseren.
Belangrijke verkoopovereenkomst
In november 1972 werd een akkoord bereikt tussen Openbare Werken, Financiën en de Provincie Oost-Vlaanderen over de verkoop, met “als uitdrukkelijke voorwaarde” dat het volledige domein moest dienst doen als gewestelijke groenzone en zone voor passieve recreatie. Daarnaast waren er nog een aantal strenge bijzondere voorwaarden. Zo moest men het domein als bos herstellen, gebouwen en munitieopslagplaatsen afbreken en aanpassingen doen aan de vijvers. Ook moest de Dienst Groenplan van de federale overheid voor alle aanpassingswerken een dwingend advies geven. Kwatongen zouden later beweren dat de vermelding ‘passieve recreatie’ enkel bedoeld was om de verkoopprijs te drukken. Niettemin had deze voorwaarde wel belangrijke gevolgen die later in het voordeel van de natuur zouden uitdraaien.
Toch maakte de VVV in de pers haar ongenoegen bekend over de trage en ondoelmatige aanpak rond Het Leen, en liet de vereniging zich ontvallen dat mensen klaagden over de gebrekkige uitbouw.
Hoe actief is passief ?
Op 12 juni 1973 werd Het Leen officieel geopend door de gouverneur. De VVV wilde die gelegenheid gebruiken om een persconferentie te organiseren, omdat er volgens hen een stap achteruit werd gezet: toen het gebied militair domein was, werd heel wat meer toegelaten. De VVV had gehoopt om het domein toch nog een beetje actief uit te kunnen bouwen. De VVV kreeg echter geen kans om haar vragen te stellen. De provincie besliste vervolgens wel om Het Leen op te delen in een ‘actievere’ zone vooraan in het domein (15 hectare) en een ‘passieve’ zone voor de rest.
Natuurliefhebbers roeren zich
In diezelfde periode werd de ornithologische vereniging ‘De Wielewaal’ zeer actief in het dossier. Initiatiefnemer was Marc Boone. Hij was onderwijzer, eerst in Lembeke en later in de BLO-school aan Het Leen in Eeklo (in de regio later bekend als De Zonnewijzer). Marc stond op de barricaden voor het behoud van het voormalige militaire domein als recreatie- en natuurgebied omdat de provincie volgens hem de status van passieve recreatie wilde ombuigen naar actieve recreatie en ze de bijzondere voorwaarden van de verkoop niet uitvoerde of nakwam. Er volgde een nieuwe petitieactie, sterk gesteund door ons blad ‘Taptoe’.
Een reactie van VVV kon (opnieuw) niet uitblijven en de discussies werden grimmig gevoerd : “…mogen wij de kritische jongeren de raad geven op te passen dat ze zich niet laten manipuleren door politiekers en negativisten ?”.
Nieuwe député, andere visie
Na de verkiezingen van 1974 kwam er een nieuwe député (leidinggevende in dagelijks bestuur provincieraad) voor Het Leen. Er werd ook een adviescomité voor Het Leen opgericht, met daarin een vertegenwoordiger van de VVV maar een kandidaat van een milieuvereniging werd geweigerd. Voor de nieuwe député was Het Leen een openbare, groene ruimte, met de klemtoon op openbaar: toegankelijk voor iedereen en met een recreatieve en maatschappelijke functie. Daarop riep een attente ‘Wielewaal’ op tot verhoogde waakzaamheid, opdat de bevolking zich niet zou laten misleiden door bepaalde politieke personen en opdat Het Leen als natuurgebied niet zou verloren gaan voor de toekomst.
“Handen af van Het Leen”
Vanaf nu moest iedereen, al dan niet met tegenzin, focussen op het uitbouwen van een natuurgebied met passieve recreatie. Eind 1977 werd echter nog eens een actiecomité opgericht als reactie op het provinciaal jaarverslag 1976 van Het Leen. Daarin kondigde de provincie een aantal duidelijke initiatieven aan. Opnieuw was Marc Boone de motor achter dit comité. Zij vonden dat de provincie teveel promotie voerde voor actieve recreatie door het opzetten van een vormingscentrum voor jeugdleiders, het voorzien van kampeergelegenheid voor jeugdgroepen, een definitieve cafetaria van 15 miljoen Belgische frank (bijna 372.000 euro), een veel te grote parkeerplaats en dergelijke meer.
Hun slogan, die overal verscheen, was dan ook duidelijk: “Handen af van Het Leen.” Maar de komst van een zogenaamd ‘jeugdvormingscentrum’, zodat groepen van een dertigtal jongeren in Het Leen konden verblijven, kon het comité uiteindelijk niet tegenhouden. Die infrastructuur is er nog steeds en staat bekend als het groepsverblijf Hermeleen, vooral populair voor bosklassen.
(Marc Boone stierf op 73-jarige leeftijd in 2006).
Later werd Gilbert Van Bastelaere, een andere voorvechter van Het Leen, aangesteld als ‘Ecologisch adviseur’ voor het beheer van het domein, een functie die verbonden was aan de provincie Oost-Vlaanderen.
Alert blijven
Daarna werd het rustiger en bouwde de provincie Het Leen verder uit tot haar enige passieve recreatiedomein. Alle andere provinciale domeinen (o.m. in Wachtebeke) zijn immers actieve recreatiedomeinen. In deze tijden is een brede laag van de bevolking vandaag overtuigd van het behoud van Het Leen voor de natuurwaarden op zich en de mensen die zich toen actief hebben ingezet voor Het Leen, zien het behoud van dit domein als één van hun belangrijkste verwezenlijkingen. Dat wijst erop dat iedereen het domein erkent als uitermate waardevol voor de streek.
Niettemin blijven natuurliefhebbers met argusogen Het Leen opvolgen, niet in het minst voor de latere ring rond Eeklo, die rakelings langs Het Leen zal passeren.
Bakken geld en werk
Zelfs nadat de provincie het domein in 1973 had opengesteld voor het publiek, was nog heel wat werk aan de winkel, zoals dat ook werd opgelegd in de aankoopakte. Er werd extra geïnvesteerd in de inrichting van het domein, onder meer voor het verwijderen van de omheining, de aanleg van een parking en het installeren van 100 zitbanken. Behalve het grootste deel van de munitiedepots en de spoorlijn doorheen het domein, moesten ook nog andere gebouwen afgebroken worden. En dat ging veel trager dan verwacht; de gebouwen waren immers voorzien op oorlogsmunitie en dus bijzonder stevig gebouwd. Pas eind 1979 waren de grootste werkzaamheden achter de rug.
Beginnersfouten
In het begin werd nog toegangsgeld gevraagd. Een gezinskaart kostte 125 frank (zo’n 3 euro). Vrij snel werd dit afgeschaft omdat de inkomsten de loonkost van het personeelslid aan de ingang niet dekten. Er werd een politie- en toegankelijkheidsreglement opgesteld en drie van de vijftien vijvers werden opengesteld voor vissers met een vergunning. Enkel op donderdag was het toen nog voor senioren en gehandicapten toegelaten te fietsen op de verharde wegen. Er waren ook nog heel wat privileges die afgeschaft moesten worden. Zo kwamen in die tijd de gouverneur, de deputatie en genodigden nog in het domein jagen tijdens het jachtseizoen. Daarbij werd personeel opgetrommeld om het wild naar de jagers te drijven. Vijftig jaar later werd zelfs elke vorm van jacht in vraag gesteld. De tijden zijn duidelijk veranderd.
Topnatuur
Intussen kunnen we ons bijna niet meer voorstellen wat voor een transformatie het domein heeft ondergaan de voorbije 52 jaar. Vandaag is het domein meer dan 285 hectare groot, bijna een verdubbeling van de oppervlakte in 1973. Een deel van de betonnen paden werd nog niet zo lang geleden verwijderd, daar nam de natuur al snel de overhand. Het domein staat vandaag bekend omwille van de grote biodiversiteit. Toch is er een kanttekening. Het bosbeheer is afgestemd op houtproductie, waardoor heel wat exoten werden aangeplant. Daarnaast zijn hier heel veel plantensoorten van schrale graslanden verdwenen omdat de graslanden vele jaren werden bemest. Eenmaal er fosfor in de grond zit, helpt enkel nog afgraven om deze soorten terug te krijgen. Kortom: het Leen zal de effecten van een op recreatie afgestemd beheer nog decennia lang meedragen en sommige soorten zijn we daardoor zelfs onherroepelijk kwijt.
Piet De Baets




