Links: Foto: volksverhalen.be/Maldegem - Foto's midden & rechts: www.mietjestroel.be
Hoofdartikel Meetjesland

“Stoute” standbeelden in het Meetjesland.

Hoe je ze in detail moet omschrijven, is geen gemakkelijke opgave. Ze zijn niet gemeen, ze zijn niet vies en ze worden al jaren in het straatbeeld geduld. Al laat hun naam niet veel ruimte voor verbeelding en zou de aanblik alleen al voor blozende kaken kunnen zorgen. Maar dat doet Manneke Pis in Brussel ook niet en ze komen van ver naar dat blote ventje kijken. Hij kan hier ruimschoots als voorbeeld dienen.
Drie standbeelden, één in Zelzate, één in Ertvelde en één in Maldegem laten niets aan de verbeelding over en hebben elk een aparte geschiedenis, deels loutere legende, en een reden waarom ze voor toekomstige generaties werden vereeuwigd. En één is de persoonlijke suggestie van een jonge ambitieuze uitgever gebleven…

Rietje Koane

In de 16de eeuw verlangden Philips De Schone en zijn vrouw Johanna de Waanzinnige – na de geboorte van een dochter – wanhopig naar een mannelijke erfgenaam, een troonopvolger. Tijdens een everzwijnenjacht in de bossen rond Damme en Brugge kondigde een nakende bevalling zich plots aan. Al onder de weg via Maldegem naar ’t Gewad in Gent, waar ze toen woonden, werd de situatie bij Johanna kritiek. Ergens te velde werd in uiterste nood aangeklopt bij een huis, waar een eigenaardig koppel woonde, namelijk Hendricus (Rie)  van ’t Veld samen met zijn eega. Hendricus was een vet- en koane-smelter. Daar beviel Johanna de Waanzinnige van een mannelijke tweeling op 23 februari 1500. Maar volgens haar mocht de goegemeente maar over slechts één zoon weten, de latere troonopvolger van Philips de Schone, Keizer Karel. Ze liet Rie van ‘t Veld zweren dat hij het kind in alle geheim zou opvoeden. Mocht er ooit iets gebeuren met Kareltje dan zou het andere kindje, Rietje genaamd, de plaatsvervanger zijn. Ze gebood Hendricus ook om een bronzen beeldje van het tweede kind te maken en het te voorzien van het Runenteken dat voorkwam op de zegelring en het jachtmes van Philips, haar echtgenoot. Het leven van Rietje Koane werd omhuld door geheimhouding en symboliek, beginnend met zijn naam, Henri van ‹t Veld, die veranderde in de meer volks klinkende Rietje Koane. Deze naam, waarvan ‹Koane› verwijst naar het beroep van zijn pleegvader, verraadt zijn bescheiden afkomst en toch blijvende verbondenheid met zijn geboorteplaats.
Toen Johanna later een dochter en nog een zoon baarde vroeg ze Hendricus om het kind verder groot te brengen, als zijnde hun kind, en ook om het beeldje te laten verdwijnen. De kleine Rie van ‘t Veld groeide verder op als een kloeke stoere jonge man en zou nog veel avonturen beleven.
Het bronzen beeld van Rietje, een latere creatie dat nu trots staat op een sokkel in het centrum van de gemeente, wordt gekoesterd als een symbool van lokale trots en identiteit. Bij speciale gelegenheden krijgt het beeld zelfs passende kostuums aan, een eerbetoon aan zijn rol in de lokale folklore. Een ander opmerkelijk aspect van de erfenis van Rietje Koane is het Koantjesbier, een lokale lekkernij die zijn naam ontleent aan de legende zelf.

Mietje Stroel

In het hart van Zelzate, de kanaalgemeente met haar levendige folklore, staat een figuur die al decennialang de verbeelding van de inwoners en bezoekers prikkelt: Mietje Stroel. Dit (nog regelmatig) plassende meisje uit steen is daar plaatselijk een lokale beroemdheid. Haar verhaal, een mix van waargebeurde historische feiten en een tikkeltje fantasie, is verweven met de identiteit van Zelzate en heeft zelfs geleid tot een unieke verloving met die andere beroemde plasser: Manneken Pis uit Brussel.
Mietje Stroel werd ‹geboren› in 1974 als ludiek initiatief van de Zelzaatse carnavalsvereniging ‹De Gilde der Polkaheertjes›, die zich inspireerde op de lokale legende van ‹het meiske van het smokkelaarsbos dat plaste waar het haar paste›.  Volgens dit aloude verhaal was het meisje een vondeling, dat van een binnenschip was gevallen. Ze werd gered door inwoners van Zelzate en smokkelaar Trus Panchee besloot haar op te voeden. Hij noemde haar Mietje. Ondanks alle moeite slaagde Trus er nooit in om haar zindelijk te maken: Mietje bleef ongegeneerd stroelen (plassen) waar ze wou, met de bijnaam ‹Mietje Stroel› tot gevolg.
Het beeld van Mietje Stroel, gecreëerd door kunstenares Arlette Hutsebaut in 1974 op verzoek van de carnavalsvereniging kreeg al snel een prominente ereplaats vóór het gemeentehuis. Ondanks herhaalde verdwijningen, vaak het werk van studentengrappen, behield Mietje haar iconische status. Uiteindelijk werd een bronzen kopie van het originele beeld gemaakt om haar te beschermen tegen luchtverontreiniging, terwijl het origineel sinds 1998 werd ondergebracht in het Museum Mietje Stroel, waar ook al haar kostuumpjes en memorabilia worden bewaard en tentoongesteld.
Het leven van Mietje Stroel is gevuld met festiviteiten en bijzondere gelegenheden in Zelzate. Gehuld in haar vele kostuumpjes is ze altijd aanwezig bij lokale vieringen. En net als in haar legende, maakt Mietje van haar nood nog graag een deugd door een slokje bier of jenever te stroelen, vooral bij feestelijke gelegenheden…
In al die jaren is Mietje haar ondeugende eigenschappen immers nooit verleerd. Iedereen die het gemeentehuis bezoekt of een bezoekje brengt aan de Grote Markt of omgeving, kan haar in volle glorie zien zitten.
Een bijzonder hoofdstuk in haar leven is haar romantische relatie met Manneken Pis uit Brussel. De verloving tussen deze twee iconische fonteinen in 1976 was een moment om te koesteren, en hun liefde blijft tot op de dag van vandaag bloeien, ondanks ze fysiek gescheiden zijn. 

De Veense Torenschijter 

Op het gemeentelijk speelplein in de wijk Tervenen in Ertvelde prijkt een intrigerend kunstwerk dat de aandacht trekt van voorbijgangers en buurtbewoners. De’ Veense Torenschijter›, met zijn afgezakte broek tot onder zijn knieën, is een creatie van beeldhouwer Etienne Vindevogel. Dit kunstwerk, dat een hurkende persoon voorstelt en ongeveer 70 cm hoog is, is niet alleen een visueel statement, maar ook een bron van discussie en interpretatie binnen de gemeenschap. Het bronzen beeldje verwijst naar de spotnaam die de inwoners in de wijk Tervenen bezaten.
Het werd geschonken aan de gemeente door de feestcommissie Tervenen. Het staat op een houten sokkel, waardoor het prominent aanwezig is op het speelplein en een centraal punt vormt voor ontmoeting en interactie.
Hoewel de titel, ‹De Veense Torenschijter›, op het eerste gezicht misschien lachwekkend of provocerend lijkt, schuilt er dieperliggende symboliek achter dit kunstwerk. Vindevogel staat bekend om zijn abstracte benadering van kunst, waarbij hij de interpretatie en perceptie van de toeschouwer centraal stelt. Zo biedt ‹De Veense Torenschijter› ruimte voor verschillende betekenissen en reflecties. De hurkende houding suggereert een gevoel van bescherming of introspectie.
In een tijd waarin kunst vaak wordt geassocieerd met spektakel en sensatie, nodigt ‹De Veense Torenschijter› de gemeenschap uit om stil te staan bij de complexiteit van het menselijk bestaan. Kortom, ‹De Veense Torenschijter› is niet zomaar een kunstwerk op een speelplein, maar een symbool van creativiteit, reflectie en verbondenheid binnen de lokale gemeenschap

De Eeklose Greppeschijter

Dit beeld bestaat nog alleen in de fantasie van ondergetekende, toen hij als jonge uitgever in 1972 een nieuw weekblad lanceerde en ietwat uitdagend, licht provocerend, snel in de aandacht van lezers en adverteerders wou komen. Hij vroeg zijn vriend en beginnend kunstenaar Patrick Ysebaert om een tekening in de vorm van een standbeeld te maken als voorstelling van wat toen recent als tweede spotnaam van de Eeklonaars opdook. De tekening (zie hierbij) werd prompt op de voorpagina van het nieuwe blad geplaatst en zorgde al onmiddellijk voor beroering. Vijftig jaar geleden was dergelijk journalistiek initiatief nog ‘not done’, maar het blad was wel gelanceerd !
De spotnaam “Eeklose greppeschijter” is vanaf toen een apart leven beginnen lijden naast de ‘officiële’ term van ‘Dobbelgebakkenen’.
In de schoot van de toenmalige Eeklose Toeristische Raad werd op een moment ernstig overwogen om de Eeklose greppeschijter-figuur te geven wat hem toekomt: een volwaardig standbeeld om toeristen naar Eeklo te lokken, als opsmuk en toeristische uitbouw van de Ledeganckstad. Denkend aan dat bekende Brusselse ventje, dat al waterend toch wereldberoemd werd, zou dan een Eeklo›s stenen beeldje het àndere alternatief van zijn lichaam “bloot” geven. Het idee werd op hilariteit onthaald, maar was bij nader toezien niet zo slecht bekeken, als men de hierboven besproken historische ‘foute’ beelden uit de omtrek bekijkt. De greppeschijter is er als standbeeld de facto nooit gekomen. Maar in meer gangbare termen werd in Eeklo sindsdien en zonder schroom ‘greppeschijters’ wel gebruikt. Vergelijk met: de ezels van Bassevelde, de gordijnenpiepers van Watervliet, de messentrekkers van Maldegem-Kleit, enz.

Piet De Baets