• Sint-Laureins
09/09/2013

Het Boeddhisme is een kleine minderheidsreligie in België waarover niet zo veel geweten is. Toch zit het Boeddhisme in België in de lift. Er zijn zo’ n dertigduizend overtuigde aanhangers in ons land. Taptoe achterhaalde dat deze week een pas vijftien geworden inwoner uit Sint- Laureins gans alleen naar een Tibetaans klooster in het noorden van India vertrekt om er Boeddhistische monnik te worden. De jongen zal er vijftien jaar lang in een klooster onderwezen worden in de aartsmoeilijke Tibetaanse taal. ”Ik wilde dit al vanaf mijn zesde jaar”, vertelt hij ons in een exclusief gesprek. En zijn moeder bevestigt. Een uitzonderlijk verhaal.


GEWIJD INTERIEUR


Een ietwat timide tienerjongen begroet ons in oranje monnikspij als hij de deur van een bescheiden huisje in de boerenbuiten van St.Laureins voor ons opent. Zijn moeder zet ons koffie.
Alles binnenin ademt rust uit, maar Boeddha staat hier duidelijk centraal in het leven van moeder en zoon. 
“Boeddhisme is een speciale manier van denken”, leert mama Sabine ons als we ter inleiding om wat uitleg over deze voor ons vrij onbekende godsdienst verzoeken.
“Ikzelf ben van Gent en al zeer lang praktiserend Boeddhist. Mijn zoon heeft het als het ware met de paplepel meegekregen. Boeddhisme stelt voorop dat niets permanent is in het leven. Alles is veranderlijk. Vanaf onze geboorte krijgen we een unieke kans om verlichting voor onszelf te brengen. 
Ik geloof ook in yoga, alternatieve geneeskunde en reïncarnatie. Misschien ben ik wel al honderden keren herboren…?” 
We proeven van onze koffie en kijken het huis eens rond. Overal afbeeldingen, foto’s, beeldjes en kleuren die aan Tibet doen denken. Tibetaanse geïllustreerde boeken op het schap. En brandende kaarsjes vóór een Boeddha beeld. Alleen de oosterse geur van patjoelie-kaarsen ontbreekt, bedenken we even. Of slaat onze verbeelding in dit gewijde kader al op hol? 


BIJZONDER KIND


“Mijn zoon is altijd al een speciaal kind geweest”, vertelt moeder Sabine ons heel rustig. In de loop van het gesprek zal ons haar schrandere geest en sympathieke drive opvallen. Niets excentrieks zoals we een beetje verwacht hadden…
“Ik gaf hem de laatste jaren hier bij mij thuis zelf middelbaar onderwijs”, legt ze ons uit. “Omdat hij van jongsaf regelmatig met mij meeging naar boeddhistische retraites, was ons uurrooster zeer moeilijk te combineren met normaal voltijds dagonderwijs. En op school had men wel eens de neiging om hem te pesten. Tussendoor kreeg hij hier ook onderricht in het Boeddhisme en in het Tibetaans. Een aartsmoeilijke taal. Hij zal daar immers Tibetaans moeten spreken en later ook leren schrijven. Engels wordt daar zeer zeldzaam gesproken. “Hij wordt al jaren goed voorbereid op dit latere leven waarvoor hijzelf gekozen heeft. Over niets anders heeft hij al die tijd gesproken. Toen hij zes jaar was trokken we al eens naar daar op verkenningsreis. Hij wou dat ik persé zo’n oranje monnikspij voor hem kocht. Hij draagt ze sindsdien schier onafgebroken binnenshuis.”


ENIGE WESTERLING


De jongen zelf wil liever niet met zijn Vlaamse naam in de media komen. Maar we mogen gerust zijn Boeddhistische monnikennaam gebruiken: Lobsang Nyima. Lobsang betekent “groot hart” naar de naam ook van de Belgische ”lama” die voor de toelating in het klooster zorgde. En Nyima betekent ‘zon’.
”Ik wist al van jongsaf dat ik Boeddhistisch monnik wilde  worden. Ik wil namelijk zo snel mogelijk opklimmen naar het hogere niveau van ‘verlichte meester’ of ‘tulku’, vertelt Lobsang Nyima. “‘Verlichting’ bij de boeddhisten is een geestelijke staat, die je slechts na veel studie en gebed kunt bereiken. Daarom vertrek ik naar het Jonang klooster  (zie website onderaan artikel, nvdr) in het noorden van India, bijna op de grens met Tibet in de uitlopers van de Himalaya.” 
Het klooster is gelegen in het stadje Sanjauli (zie onderaan voor website) op ongeveer 2.400 m hoogte. “Daar zal ik, als enige westerling, samen met veel andere minderjarige jongens drie jaar lang onderwezen worden.”


TIBETAANS

Het klooster geeft mij ook een attest om hier in België in orde te blijven met de onderwijsplicht. “Ik krijg al enkele maanden in een versneld tempo lessen van een Belgische tulku om mij de Tibetaanse taal eigen te maken. In het klooster worden namelijk geen andere talen gesproken. Ik kan al enkele Tibetaanse woorden memoriseren en uitspreken. Lezen gaat ook al een beetje maar het is zeker niet gemakkelijk. Na die drie jaar zal ik waarschijnlijk verhuizen naar een ander Tibetaans klooster in het zuiden van India om daar mijn opleiding verder te zetten. Bedoeling is dat ik uiteindelijk hogerop klim en leraar word. De opleiding duurt ongeveer vijftien jaar, tot minstens mijn dertigste dus.”


SPORTIEF


Lobsang vertelt zijn verhaal gedecideerd, zonder enige inspanning of speciale emotie. Zijn moeder kijkt wat vertederd toe en helpt soms met meer filosofische uitleg. We hadden ietwat wereldvreemde mensen verwacht. Niets van dit alles. Moeder en zoon staan duidelijk met beide voeten op de grond, weten goed wat ze willen en zeggen. Zij zijn overtuigd en doordrongen van hun geloof, maar niets overdreven of naïef. 
Zoonlief zit dagelijks op zijn iPad en is zeer sportief. Hij doet aan zwemmen en  zijn golfsticks staan achter de deur van het waskot… Een doodgewone jongen van 15, sportief en intelligent, met een voor ons afwijkende overtuiging en in een niet alledaagse outfit. 


BEZOEK


“Deze stap in mijn leven voelt echt niet als een vertrek, eerder als een thuiskomen”, getuigt Lobsang verder. “Ik besef dat ik zeker vijftien jaar wegblijf, maar een Tibetaans klooster kun je niet vergelijken met een katholiek klooster. Als ik dat zou willen kan ik ieder jaar voor vakantie naar huis komen. Ik leef en slaap er wel in een soort cel, maar niet eenzaam opgesloten. Ook mijn moeder mag mij altijd komen bezoeken. Ik kan echt gaan en staan waar ik wil. En als het echt niet zou lukken, dan ga ik daar gewoon weg en keer ik terug naar België. Ondertussen geef ik natuurlijk wel alles op: mijn leven hier in het Westen, hobby’s en vrienden. Een Tibetaanse monnik moet bij aanvang van de opleiding ook honderdtachtig geloften afleggen, waaronder het celibaat. Daar heb ik geen probleem mee”, besluit een dappere Lobsang Nyima. En moeder knikt bevestigend, ze kent haar zoon en steunt hem onvoorwaardelijk in zijn keuze.

VALIES


“Nu hij op het punt staat te vertrekken, heb ik daar totaal geen negatieve gevoelens meer bij,” licht Sabine toe. “Ik heb het lang genoeg zien aankomen. Ik leg mij er bij neer, het is nu eenmaal zo. Maar wij houden geregeld contact via Skype. Ja, dat moet jullie toch niet zo verbazen?”
Deze week vrijdag vertrekt Lobsang (in monnikenpij!) definitief het grote avontuur tegemoet met in zijn valies alleen warme kledij en wat persoonlijk gerief. Een vlucht van zestien uur met korte tussenstop in Doha (Qatar), gans alleen, maar duidelijk gemotiveerd. Om te beginnen minstens voor één vol jaar lang. En moeder Sabine beweert dat haar Boeddhistisch moederhart niet zal treuren als ze straks eenzaam achterblijft…?
(Ives Boone/Piet De Baets)