• Lievegem
  • Lovendegem
Lovendegemnaar Johan De Wilde verzamelt al zo’n twintig jaar Vlaamse soldatenbrieven, geschreven door dienstplichtigen in het leger van Napoleon naar het thuisfront. Ze schetsen vaak een ontluisterend beeld van het soldatenleven. “Al de brieven die ik vind, schrijf ik over”, geeft Johan toe. “Ik heb maar een paar originelen. Ik vind eigenlijk dat zo’n brieven niet in privébezit, maar in een archief thuishoren, waar iedereen ze kan lezen”. Een gesprek met een wat atypische verzamelaar. Boerenkrijg Jaren geleden ging Johan De Wilde, klassiek filoloog van opleiding, op zoek naar de stamboom van zijn familie. Daarbij botste hij op een zekere naamgenoot Lieven De Wilde, die uit een gezin van tien kwam, met nog 6 broers. De Wilde: “Ik ontdekte dat twee van die broers waren opgeroepen in het leger van Napoleon Bonaparte, op het einde van de achttiende eeuw. Ik heb dat toen uitgespit en ontdekt dat een van hen brieven naar huis schreef, vanuit Noord-Italië, waar hij gelegerd was. Het begon voor mij met enkele brieven, maar was tevens het begin van een zoektocht die nu al twintig jaar duurt”. Op het einde van de achttiende eeuw hield Frankrijk het grootste deel van Vlaanderen bezet. Het voerde in september 1798 de algemene dienstplicht in, waardoor duizenden Vlaamse jongemannen moesten ‘dienen’ in het leger van Napoleon. Die ‘conscriptie’, zoals de dienstplicht ook werd genoemd, was een van de redenen waarom in Vlaanderen de ‘Boerenkrijg’ losbarstte, die de Franse bezetter al snel bloederig neersloeg. De conscriptie ging gewoon door. Rusland “Ik schat dat er in totaal zo’n 200.000 jongens zijn opgeroepen voor die legerdienst en dat in die tijd zowat de helft ervan kon schrijven”, licht onze verzamelaar toe. “Dan lees je in sommige brieven dat de afzender zijn familie vertelt dat iemand anders die brief heeft geschreven. Zo heb ik een voorbeeld van een jongen uit Lovendegem die voor een streekgenoot uit Ursel twee, drie brieven schreef. Of verschillende jongens uit dezelfde gemeente schreven samen een brief, dat spaarde portkosten. Een terugkerend thema in de brieven was de vraag om geld. Want hun soldij was heel laag en de rantsoenen in de kazerne heel beperkt. En vaak moesten ze zelf nog een stuk van hun uitrusting betalen. En dus vroegen ze om geld op te sturen, zodat ze zelf eten konden kopen,” geeft Johan nog mee. De brieven werden uit alle hoeken van Europa naar Vlaanderen gestuurd, want Napoleon droomde van een groot rijk. Alleen vanuit Rusland zijn er weinig brieven bekend. Rusland was zo uitgestrekt dat het logistiek amper lukte om brieven naar onze contreien te krijgen. Ziektes De brieven schetsen over het algemeen een triest beeld van het leven van de soldaten. De Wilde: “Lage soldij, honger, met twee in een bed moeten slapen, hun omzwervingen, de lange marsen en dan de gruwel van de oorlog: de in stukken gehakte lijken of soldaten die door kanonskogels aan flarden waren geschoten. Sommigen schrijven daarover naar het thuisfront, maar anderen doen dat niet, waarschijnlijk om hun familie niet nodeloos ongerust te maken. Al bij al konden de Vlamingen toch nog vrij ongezouten hun gedacht schrijven. Omdat Napoleon zeer gevoelig was aan verkeerde propaganda, bestond er zo al iets als censuur, maar dan vooral voor de brieven van de Franse soldaten. Want welke Franse sergeant beheerste het Vlaams goed genoeg om te begrijpen wat die Vlaamse soldaten allemaal naar huis schreven? En toch zie ik dat sommige soldaten schrijven: ‘Als ik thuis ben, zal ik jullie daarover meer vertellen’. De dienstplicht kostte vele Vlaamse soldaten het leven: ziektes moordden hele kazernes uit en in die brieven kan je soms lezen welke jongemannen van één gemeente allemaal gestorven waren.” ‘Bucht’  De Wilde: “Om de brieven te begrijpen, moet je wel wat afweten van dialecten. In die tijd schreven de mensen zoals ze spraken, in de volkstaal, er bestond nog geen uniforme spelling. Het woordje ‘bucht’ bijvoorbeeld, wij begrijpen dat, een Nederlander niet.” Johan De Wilde heeft al een pak soldatenbrieven achter de kiezen, maar zijn werk is nog niet gedaan. “Ik heb het gevoel dat ik Oost- en West-Vlaanderen al uitgevlooid heb, maar in Antwerpen en Brussel is nog veel materiaal ”, besluit de verzamelaar, die trouwens ook voordrachten geeft over de soldatenbrieven. Wie er nog in zijn bezit heeft en problemen heeft om ze te lezen of te begrijpen: één adres, Johan De Wilde, tel. 09 372 78 64.