Uitvinders kan je soms vergelijken met paarden. Zoals het beste paard vaak de haver niet krijgt, krijgt een uitvinder vaak niet de eer (en het geld) dat hij eigenlijk verdient. Andre Van den Berghe, afkomstig van Zomergem-Beke, weet er alles van. Hij bedacht het ovalen tandwiel voor (koers)fietsen, maar ving overal bot, omdat de grote producenten hem boycotten. (Het artikel is al een tijdje geleden met de uitvinder afgenomen, maar nooit eerder verschenen, red.) Hoger rendement “Goh, wanneer was dat nu alweer, Jeanine? Weet gij dat nog wanneer we dat tandwiel bedacht hebben?”, graaft André Van den Berghe met de hulp van zijn vrouw nog eens diep in zijn geheugen. “Moet dat niet rond 1980 of zoiets geweest zijn?”. De man, afkomstig van Zomergem-Beke, had een fietsenwinkel in Gent, op de hoek van de Palinghuizen met de Francisco Ferrerlaan, waar nu een moderne verlichtingswinkel zit. “Ik zat hele dagen tussen de fietsen en was ook een beetje een doe-het-zelver. Het was me opgevallen dat een renner bij de gewone, ronde tandwielen twee dode momenten moet overwinnen met zijn pedalen. Als fietsers en renners gewoon kunnen ronddraaien zie je dat niet, maar als het echt bergop gaat, moeten ze op de trappers gaan staan om dat tandwiel rond te krijgen en over het dode punt, wanneer de pedalen helemaal boven en beneden staan, te krijgen. Bij een ovalen tandwiel heb je die dode punten veel minder. Ik heb dat systeem, waar ik trouwens veel met mijn zoon aan knutselde, laten testen door verschillende profrenners. Er was zelfs een sportdirecteur die sprak van 20% meer rendement. Maar dat is volgens mij overdreven. Ik denk dat je er eerder 5 tot 10% meer uithaalt in vergelijking met de ronde tandwielen”. Maffia Het systeem van André werkte niet alleen, het leverde de renner ook een voordeel op: door minder kracht te zetten kon hij makkelijker de trappers rondkrijgen. Maar al meteen kwam de aap uit de mouw. Van den Berghe: “Een van de renners die ik mijn tandwiel liet testen en die er heel enthousiast over was, bracht het al na enkele dagen terug. Hij mocht er niet mee rijden van zijn sportdirecteur. Dat tandwiel er af of buiten, kreeg hij te horen.” Ook bij zijn collega-fietsenmakers botste hij op dezelfde muur. “Iedereen was aanvankelijk enthousiast over mijn uitvinding, maar na enkele dagen wilde, durfde, of mocht niemand mijn uitvinding nog uitproberen, omdat ze niet mochten van de grote producenten van fietsonderdelen en dus ook van tandwielen. Al die fietsenwinkels, fietsenmakers en wielerploegen zijn aan handen en voeten gebonden aan de bekende producenten van fietsonderdelen en die zagen het echt niet zitten dat zo’n kleine vis, zoals ik, met iets nieuws op de markt kwam, waar zij hun graantje niet konden van meepikken. Dat is een echte maffia”, zucht de uitvinder. Van den Berghe: “Om je uitvinding te kunnen commercialiseren en er geld aan te verdienen, moet je er eerst voor zorgen dat niemand je product kan kopiëren. Dus moet je je uitvinding beschermen. Dat kan je doen door er een patent op te vragen. Maar dat moet je voor verschillende landen doen en zo’n patent moet je ook geregeld hernieuwen. Als je een jaar voor een bepaald land niet betaalt, bestaat je uitvinding officieel niet meer in dat land en kan iedereen ze kopiëren. Ik had dat eens uitgerekend en kwam algauw bij zo’n half miljoen frank per jaar (12.500 euro, nvdr). En zoveel geld was het mij echt niet waard”. Verzuring Dus bleef het ovalen kamwiel in de werkplaats van André liggen. De bekende fietsonderdelenmaker Shimano pakte in 1986 uit met een eigen ovalen tandwiel: de Biospace, maar in 1991 stopten ze er de productie alweer mee. Volgens hen leverde het nieuwe systeem geen voordeel op, alleen maar een grotere kans op knieklachten en mogelijke problemen bij het schakelen. Volgens wetenschappers hebben ze volgens de wetten van de fysica wel gelijk, maar door de benodigde kracht anders te verdelen, heeft de renner minder snel last van verzuring en kan hij dus langer aan dezelfde of een grotere snelheid blijven trappen. Tourwinnaar Froome Maar in het professionele wielrennen vond de nieuwigheid wél gretig aanhang! Bobby Julich gebruikte het ovalen tandwiel in 2004 op de Olympische Spelen in Athene. Hij deed het daar, omdat bij zijn ploeg, CSC, zijn toenmalige ploegleider, de omstreden Bjarne Riis, dat in andere omstandigheden niet zag zitten. Hij won er zilver mee op de Olympische Spelen en bleef nadien zweren bij het ovalen tandwiel. Zo was er in 2013 heel wat te doen over de fiets van Chris Froome, die dat jaar de hele trui droeg in de Ronde van Frankrijk. Tijdens de rit naar de Mont Ventoux, de steilste klim van de Provence en bij de renners een van de meest gevreesde cols in de Tour, reed Froome zijn concurrent Contador helemaal naar huis. Froome gebruikte een ovalen tandwiel en hoefde tijdens de kilometerslange klim naar de top niet één keer uit het zadel te komen. Tourwinnaar Carlos Sastre scoorde er later mee in de Tour van 2008 en Ryder Hesjedal in de Giro van 2012. En ook tijdrijder en Tourwinnaar Bradley Wiggins gebruikte het met succes in de Tour van 2012 en in de Olympische tijdrit dat jaar. Het voordeel volgens de fysica Fysicaprofessor Charles Dauwe van de Gentse universiteit rekende eens uit hoeveel voordeel zo’n ovalen tandwiel kon opleveren. Volgens hem levert zo’n ideaal gemonteerd ovalen tandwiel de renner een voordeel van 8 Watt op. Wie een half uur bergop moet fietsen, rijdt zo bijna 1,7 % sneller en de col 30 seconden sneller op. In een vlakke tijdrit zou het voordeel beperkt blijven tot 0,5% of 9 seconden op een halfuur. Omdat het voordeel stijgt, naarmate de renner rapper trapt met zo’n ovalen tandwiel, kan het voordeel oplopen tot bijna 3,5% of bijna een minuut in de bergen. De onderzoeken tonen aan dat het geleverde vermogen (meetbaar) stijgt terwijl de hoeveelheid opgebouwd melkzuur (verzuring in je benen) daalt. Maar, ondanks de bewezen voordelen, moesten ook ploegleiders, die het ovalen tandwiel absoluut wilden gebruiken in het professionele wielrennen, daarvoor een lange strijd leveren tegen de traditionele producenten van ronde tandwielen. Die blijven koele minnaars van de ovalen variant. “Ach, met wat ik nu weet, zou ik het ook anders aanpakken”, besluit André Van den Berghe. “Ik zou het slimmer spelen en eerst naar zo’n grote speler op de markt stappen, met hem een deal maken, zodat zij in ruil voor een percentje voor mij, het tandwiel op de markt mogen brengen. Een beetje zoals die vrouw die enkele jaren geleden die uitvinderswedstrijd op tv won, met haar speculoospasta. Die stelde haar pasta op tv voor, maar had wel al een deal met de Lembeekse Lotus op zak. Doe je het omgekeerd, blijft het een gevecht van David tegen Goliath”. Piet De Baets