Carolus De Lille uit Maldegem bedacht 177 jaar geleden, in 1843, de driewielige 'trapwagen', een voertuig dat niet langer door paarden maar door ‘mensenkracht’ werd voortbewogen, een heuse revolutie destijds. Het tuig bestaat nog altijd en kan voor zoveel ook de eerste fiets genoemd worden, minstens het ‘principe’ ervan. 12 jaar later pas fabriceert de Fransman Ernest Michaux een houten tuig met twee wielen en monteert er twee pedalen op, waardoor het tuig kan worden voortbewogen. De 'vélocipède' is geboren en de Fransen claimen hun uitvinding als eerste fiets. Maar niks is minder waar. Een Maldegemnaar was hen jaren vóór. Kerkorgel Carolus De Lille was een Maldegemse timmerman, kunstsmid en uurwerkmaker en vader van de later in Maldegem en omstreken beroemd geworden Victor De Lille (1863-1940), de oprichter van het 'Getrouwe Maldeghem', die met zijn blad (vandaag ‘t Vrij Maldegem) daarin naam en faam maakte met artikelen over de 'Moorden van Beernem'(later verfilmd). Stoomketels en stoommachines waren reeds uitgevonden, maar een stoomwagen fabriceren was reeds vergeefs geprobeerd en opgegeven. Het was te ingewikkeld, te groot, te zwaar, te duur, maar ook te omslachtig om het gevaarte steeds opnieuw onder stoom te krijgen. Carolus zocht naar een eenvoudigere, lichtere, beweeglijkere en goedkopere oplossing. Gepassioneerd door mechaniek bleef Carolus De Lille lange tijd zijn hoofd breken over een manier om zonder paarden bijvoorbeeld snel in Brugge te geraken. In 1843 moest dat te voet, wat uren duurde, of te paard of met een koets. Een voertuig dat zonder paarden, maar door de mens zelf kon worden voortbewogen en bestuurd, dat moest het worden. Hij vond de oplossing finaal... via het kerkorgel. Staande als een orgelist, zag hij zich de wagen met de benen voortbewegen. Op de achteras van de wagen monteerde hij krukken en daar legde hij treeplanken op. De wagen zou dus eigenlijk voortbewogen worden door het eigen gewicht en drijfkracht van wie er trappend meereed. Proefrit Op tweede kerstdag 1843, zag een grote toeloop van nieuwsgierigen die getuige wilden zijn van De Lille’s eerste proefrit met zijn sierlijke driewieler, één man aan het stuur en twee die naast elkaar staand 'het rijtuig zonder paarden' trappend in beweging hielden. Ze reden vanuit de Noordstraat naar het centrum van Maldegem. Nog dezelfde winter volgen succesvolle testritten naar Brugge, Aardenburg en Eeklo. De 'Maldegemse trapwagen' was een feit. Men ondernam zelfs een tocht naar het verre Gent, waar de monden van de Gentenaars open vielen, bij het zien van een wagen die zonder paarden, maar door mensen werd voortbewogen ! Carolus De Lille reed verschillende keren met zijn familie met de trapwagen naar Brugge, om er boodschappen te doen. Of soms naar Blankenberge, om de zee te zien. Maar de Maldegemse trapwagen moest uiteindelijk de duimen leggen voor de latere ‘ Vélocipède (fiets). De wagen was vorige eeuw wel nog af en toe te zien in folkloristische stoeten in Vlaanderen en af en toe ook op tv, in historische series. Carolus, ook Karel genoemd, stierf tijdens Maldegem kermis op 22 september 1869. Een origineel exemplaar van de trapfiets staat momenteel uitstekend bewaard bij Piet De Lille, nakomeling van de uitvinder (zie foto’s). Piet De Baets