Hoe ondankbaar kan je zijn? Het is geen wet, maar wel een normale en dankbare gewoonte dat in de geldbeugel wordt getast als een (zeldzame) eerlijke vinder zijn vondst bij de oorspronkelijke eigenaar terug bezorgt.Hoe groter de vondst, hoe groter de beloning, is de algemene verwachting. Sommige vinderslonen gaan over de 10 %. Maar het blijft een geste. Niét echter voor twee mannen die vorige zomer in een bos rond Moerhuize (Maldegem) een opengebroken (lege) kluis vonden met tussen verwaaide papieren een duidelijk over het hoofd geziene enveloppe met een klein fortuintje aan inhoud…

De mannen, we noemen ze Gerard en Pieter, waren zo teleurgesteld in de reactie van de eigenaar, dat ze maanden later pas met hun verhaal naar Taptoe stapten, te beschaamd (of te kwaad ?) om het vroeger rond te vertellen.

Sluikstort ?
Het was afgelopen zomer dat de twee Maldegemse vrienden een klusje gingen opknappen voor hun gebuur-landbouwer. Een koe was uitgebroken in een weide langs de Trekweg naast het Schipdonckkanaal en Gerard en Pieter, de ene is oud-facteur, de andere al 30 jaar hulpboswachter, zouden de prikkeldraad wel even gaan herstellen.
Het is mooi vakantieweer, ze hebben tijd en kennen de omgeving vrij goed. In het nabije bos volgen ze in de bedding van een droge beek benieuwd het verse spoor van een vos. Tot ze wat verderop, half verborgen tussen dichte takken en bramen, en onzichtbaar vanaf het bospad, een opengebroken kluis zien liggen, dicht bij een stenen bruggetje (foto).
Ze denken onmiddellijk aan een verborgen sluikstort tot ze dichterbij komen en in de (droge) gracht ook allerlei verwaaide papieren zien liggen. De scharnieren en de deur van wat duidelijk een ingemetselde muurkluis was, ongeveer 70 x 40,  liggen er los verspreid, maar opvallend: nauwelijks geroest. Dit kon hier nog niet lang gedumpt zijn, bedenken de vrienden zich.

Inbraken reeks
Bij nader onderzoek treffen ze in een straal van ongeveer 5 meter ook een rist verspreide documenten aan. Op een der talrijke enveloppen lezen ze de naam en adres van een bekende  inwoner uit Sint Laureins. Op dat ogenblik herinneren zij zich dat slechts een paar dagen geleden in deze gemeente een 6-tal inbraken op rij zijn gebeurd, allemaal in diezelfde straat…Met juwelen, geld en waardepapieren als aanzienlijke buit.
Bij nog nader onderzoek vinden ze onder een pak papieren een ongeopende dikke enveloppe met daarop het getal “300.000”, met de hand geschreven. Zij openen de enveloppe en ontdekken als inhoud pakjes biljetten van 100 en 50 €,  keurig onder liassen verpakt. Het is hen nu duidelijk dat met “300.000” nog naar Belgische frank werd verwezen, omgerekend zo’n 7.500 euro waarde. Wellicht het bezit van een niet meer al te jonge eigenaar die nog steeds in Belgische frank rekent.

Dure onoplettendheid
Wat nu?  Wat gedaan? Onze vrienden zijn ontsteld en vinden het raadzaam om maar meteen de Maldegemse politie te verwittigen en hen op te wachten aan de nabijgelegen brug om de weg naar de vondst te kunnen wijzen. Twee vrouwelijke agentes arriveren reeds na 15 minuten. Ze noteren de paspoorten van de vinders en vragen hen niets meer aan te raken. De brandweer wordt verwittigd om het klusje (kluisje) te komen opruimen. Niet eenvoudig zover in het bos. Er moest zelfs op versterking worden gewacht. De gehele karwei wordt voorzichtig en met de nodige witte handschoenen geklaard.
Het gezelschap fantaseert uitgebreid over deze opmerkelijke vondst. Zijn de inbrekers onzorgvuldig tewerk geweest? Zijn ze opgeschrikt en hebben ze spoorslags de omgeving moeten verlaten? Of hebben ze genoeg voorradige buit gevonden en zijn onoplettend geweest bij het verder dumpen van de (papieren) inhoud? Vragen die tot nog toe onopgelost blijven.

Sleutels
Een paar dagen later keren de vrienden nog eens terug naar de vindplaats. De zon schijnt volop en in de gracht zien ze iets blinken: sleutels ! Ze zoeken verder, maar vinden niets méér dat nog aan de diefstal kan gelinkt worden. De sleutels steken ze als souvenir op zak.
Drie maand blijven Gerard en Pieter zonder nieuws. Zij veronderstellen dat het geld via de politie inmiddels al lang zal zijn teruggekeerd naar de naam en het adres op een der enveloppes. Of was dat toch niet de rechtmatige eigenaar? Ze hebben er het raden naar. Maar de politie kent toch hun namen? Zou de eigenaar niet naar hen geïnformeerd hebben? Stiekem hadden ze dat wel gehoopt. Niet direct voor een vindersloon, maar eerder voor de oplossing van het raadsel dat hen al die tijd bezig hield.
Ze besluiten zelf in actie te treden en met de aannemelijke smoes van de sleutels naar St. Laureins te trekken naar dat nummer ver in de Dorpsstraat.
Het blijkt een groothandel te zijn, met personeel en een secretaresse.
“Mijnheer is aanwezig maar met een bezoeker bezig in zijn bureel, wil je even wachten?”

Niet speciaals…
Na een twintigtal minuten laat de directeur het vinderskoppel in zijn bureel binnen. De ontvangst is al van bij het begin niet zeer hartelijk. Ze leggen uit wie ze zijn en waarom ze komen. Ze tonen de sleutels als bewijs en alibi.
“Oh, die sleutels”, is het antwoord. “Die  heb ik al lang laten vervangen, wat dacht je?”
“Was het geld van u? Heb je het teruggekregen?  Wij vonden 7.500 € en zijn benieuwd of je het terugkreeg? Zelf hebben we er niets meer over vernomen…”, proberen ze nog.
Antwoord: “Oh, in dat envelopke? Niets speciaals !”
En dat was het.
Kort, nuchter en zakelijk koel. Alles al rechtstaande. In drie minuten tijd.
Geen verdere uitleg. Geen woord van dank. Geen vragen. Geen beloning. Met moeite een afscheidswoord bij het vertrek.
Gerard en Pieter zijn over zoveel ondankbaarheid gefrustreerd naar huis getrokken.
Ze zijn er zes maand later nog niet helemaal over. Niet omdat ze in stilte een gekoesterd vindersloon hebben gerateerd, maar vooral woest over zoveel onbegrip en koele mentaliteit.

Piet De Baets