Taptoe kreeg vorige week een interessant artikel toegestuurd door de Evergemse bio-ingenieur en professor Octaaf Van Laere (91), wereldautoriteit op gebied van bijenonderzoek. Hij geeft exclusief voor onze lezers in een boeiend relaas de recentste stand van zaken mee op gebied van bijenonderzoek in het Meetjesland, een exclusief experiment onder de leiding van de Universiteit Gent en gesponsord door Europa en de Vlaamse Gemeenschap.

Een terugblik.
Wie de meest recente 50-60 jaar heeft meegemaakt zag gestadig de samenleving in zijn verschillende geledingen veranderen. Het heropleven in zijn diverse vormen na de tweede wereldoorlog had ingrijpende gevolgen. Wie het meegemaakt heeft herinnert zich het kleine landbouwbedrijf dat, niet meer leefbaar, evolueerde naar grotere, steeds meer gemechaniseerde  bedrijven. De intensief geteelde land- en tuinbouwteelten werden een steeds grotere aantrekkingskracht voor micro-organismen en parasieten, die respectievelijk ziekten en plagen veroorzaakten. Hiermee gelijklopend ontwikkelde zich in de chemische industrie een reeks van bestrijdingsmiddelen om deze problemen te beheersen. Men ontsnapt zodoende echter niet aan de algemeen geldende regel volgens dewelke ‘de natuur zich wreekt’ na een kunstmatig ingrijpen door de mens.

Wat met de naoorlogse bijenteelt?
Met betrekking tot de bijenteelt in het algemeen is er ook veel ingrijpend gewijzigd. Er is echter één belangrijk aspect dat nagenoeg onveranderd is gebleven: de Vlaamse imkerij bestaat bijna uitsluitend uit talrijke, over het grondgebied vrij gelijkmatig verspreide, kleine bijenstanden die doorgaans een tiental bijenvolken niet overtreffen. Professionele bijenstanden zijn zo goed als afwezig, tenzij als bijberoep naast de verkoop van bijenteeltmaterialen. Dank zij deze ‘klein-imkerij’ is in hoge mate de bestuiving verzekerd van land- en tuinbouwteelten, evenals het behoud van de biodiversiteit bij de planten die in parken en natuurgebieden voorkomen. 

Gevolgen van de industriële ontwikkeling.
De tweede wereldoorlog had o.m. tot gevolg dat het - met betrekking tot de bijenteelt – zover kwam dat, omwille van de hogere opbrengsten, zeer productieve bijenkolonies werden overgevlogen van West-Europa naar landen van het verre Oosten, om daar verder te telen en honing te produceren. Er ontstonden uitwisselingen van bijenstanden van Europese en Aziatische bijensoorten, met het gevolg dat ziekteverwekkers en parasieten van de ene soort naar de andere overgingen. Met de uitbreiding van Europese soorten in het verre Oosten is de voor westerse bijen bedreigende ‘Varroa-mijt’ (Varroa destructor) na een aantal jaren ook in West Europa terecht gekomen. Deze bijenvijand heeft  zich over alle landen van Europa verspreid, sedert begin van de jaren tachtig ook in België, en is in zulke mate schadelijk dat in sommige gebieden jaarlijkse sterftepercentages van rond de 30% werden vastgesteld. Wel te verstaan, dit is wat men bekomt wanneer in nagenoeg alle bijenstanden chemische bestrijdingsmiddelen werden toegepast. Zonder deze aanpak zou men wellicht tot sterftecijfers komen die 70% overtreffen. Terecht groot alarm in de bijenteeltpraktijk en in wetenschappelijke kringen! 

Aanpak van bijenteeltorganisaties, wetenschap en overheid
Naarmate deze toestanden van bijensterfte zich over alle landen van West Europa verspreidden, ontstond grote beroering in de bijenteeltorganisaties. Er werd beroep gedaan op wetenschappelijke instellingen en op de overheid om de problemen het hoofd te bieden. 
Een belangrijke stap met een langetermijnvisie was een samenwerkingsovereenkomst met het Duits bijenteeltinstituut Hohen Neuendorf (www.beebreed.eu), met een online gegevensbestan. Dit vormt de basis voor een Europees selectieprogramma, dat aanleiding geeft tot het telen van hoogwaardige bijenkolonies, die door permanente kruising met aan de Varroa-mijt resistente kolonies, beter weerstand bieden tegen schadelijke ziektekiemen en parasieten, en zodoende gunstige kenmerken vertonen betreffende honingopbrengst, zachtaardigheid, zwermbeheersing en algemene ontwikkeling. 

Naar een Vlaams bijenteeltprogramma.
Het hoogtepunt van selectie en informatie naar de imker en het grote publiek toe, werd bereikt wanneer aan de Universiteit Gent onder leiding van Prof. Dirk de Graaf belangrijk wetenschappelijk werk werd verricht, waarin de uitvoering ligt in hun  Honeybee Valley’, een entiteit die binnen de universiteit werd opgestart in 2014 en naderhand een eigen website kreeg (www.honeybeevalley.eu). Deze moet dienen als communicatie medium naar zowel startende als gevorderde imkers, natuurliefhebber en bijengeïnteresseerden. Men kan zich hierop gratis registreren. 

Meetsystemen in een kasteelpark 
In een rustig kasteelpark, ergens in het Meetjesland, heeft de universiteit Gent een 10-tal proefkasten vol bijen geplaatst met daarin het revolutionaire digitale ‘BEEP systeem’, om de bijen rechtstreeks vanop afstand te bestuderen in hun korf zelf.
Deze zgn. ‘BEEP app’ is een online registratiesysteem dat toelaat om meerdere bijenstanden en bijenkasten op één plek te beheren. Men “ziet” en “hoort” de bijen als het ware live. Men kan zelfs hun gewicht meten…! Het BEEP systeem ‘hoort’ ook het afwijkende gebrom van een in de kast dwalende Hoornaar-wesp, een andere bedreiging voor onze bijen. De Aziatische killer dook een paar jaar geleden op in onze contreien en eet bijen op of sleurt hen mee naar hun nest om larven te voederen. Het opgemerkte ‘gebrom’ zet een alarm in werking en alle imkers in de omtrek worden van de aanwezigheid van de Hoornaer verwittigd. Zo kunnen ze op zoek gaan naar het nest om het via de brandweer te laten vernietigen. Met een ‘BEEP base’ heeft men dus inkijk op automatische meetgegevens per kast. In het kasteelpark gebeuren waardevolle unieke experimenten,  bijzonder nuttig tot ondersteuning van de bijenteelt en de verzekering van de biodiversiteit in het algemeen.

(Octaaf Van Laere)